Jeugdhulp

Wat doet het ondersteuningscentrum jeugdzorg?

Het ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ) onderzoekt of extra opvolging vanuit de overheid nodig is wanneer een situatie voor een kind of jongere ernstig verontrustend of onveilig blijft. Het OCJ bekijkt samen met kinderen, jongeren, ouders, hun netwerk en hulpverleners welke hulp nodig is om veilig te kunnen opgroeien.

Vier jongeren staan samen en leggen hun handen tegen elkaar als teken van samenwerking en verbondenheid.

Wanneer krijg je te maken met het ondersteuningscentrum jeugdzorg?

Meestal zoeken ouders, kinderen, jongeren en hulpverleners samen naar oplossingen wanneer er problemen of zorgen zijn. Soms lukt dat niet voldoende en blijven er ernstige zorgen bestaan over de veiligheid of ontwikkeling van een kind of jongere. Een hulpverlener of het parket kan de situatie dan aanmelden bij het OCJ. Het OCJ onderzoekt vervolgens of opvolging vanuit de overheid nodig is. 

Het OCJ onderzoekt of er sprake is van een maatschappelijke noodzaak. Dat betekent dat de samenleving het nodig vindt om tussen te komen omdat de situatie onvoldoende verbetert of omdat hulpverlening alleen niet meer volstaat. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer afspraken niet worden nageleefd of wanneer samenwerken met hulpverlening moeilijk loopt. 

Wat doet het ondersteuningscentrum jeugdzorg precies?

Het OCJ heeft drie belangrijke taken: 

  • onderzoeken of tussenkomst vanuit de overheid nodig is 
  • vrijwillige hulp opstarten of opvolgen 
  • doorverwijzen naar gerechtelijke jeugdhulp als dat noodzakelijk blijkt

Hoe onderzoekt het OCJ een situatie?

Wie wordt betrokken bij het onderzoek?

Na een aanmelding nodigt het OCJ het kind of de jongere, ouders, hun netwerk en vaak ook de aanmelder uit voor een gesprek. Iedereen krijgt de kans om hun verhaal te vertellen. De consulent bespreekt: 

  • welke zorgen er zijn 
  • wat al geprobeerd werd 
  • welke hulp al aanwezig is 
  • wat goed loopt 
  • wat nodig is om de situatie te verbeteren 

Wat gebeurt er na het onderzoek?

Na verschillende gesprekken beslist het OCJ of opvolging nodig is. Als opvolging niet nodig is, kan het OCJ het gezin doorverwijzen naar andere hulpverlening. Als opvolging wel nodig is, start het OCJ hulp op, volgt het bestaande hulpverleningstraject verder op of bekijkt het of gerechtelijke jeugdhulp noodzakelijk is. 

Wat doet een consulent van het OCJ?

Elk gezin krijgt een vaste consulent. Die consulent werkt samen met het kind of de jongere, ouders, hun netwerk en hulpverleners. Het doel is om ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren veilig, gezond en omringd door belangrijke mensen kunnen opgroeien. Een consulent: 

  • luistert naar alle betrokkenen 
  • onderzoekt wat goed loopt en wat zorgen geeft 
  • helpt bij het maken van duidelijke afspraken 
  • volgt de hulpverlening op 
  • bespreekt welke veranderingen nodig zijn 

Je mening en die van je kind zijn daarbij belangrijk. Een consulent legt telkens uit welke stappen worden gezet en waarom. 

Beroepsgeheim

Een consulent heeft beroepsgeheim en gaat zorgvuldig om met informatie over je gezin. Als informatie moet worden gedeeld om hulpverlening mogelijk te maken of veiligheid te garanderen, bespreekt de consulent dat vooraf met de betrokkenen.

Is de hulp van het OCJ vrijwillig?

Ja. De hulp die het OCJ opstart of opvolgt, is vrijwillige jeugdhulp. Dat betekent dat kinderen, jongeren en ouders akkoord moeten gaan met het hulpverleningstraject. Het OCJ verwacht wel dat iedereen actief meewerkt aan de gemaakte afspraken. 

Samen met het gezin, het netwerk en de hulpverleners maakt het OCJ een duidelijk plan met doelen, afspraken en opvolging. Daarna wordt regelmatig bekeken of de hulp voldoende werkt. 

Jij en het ondersteuningscentrum jeugdzorg

Deze brochure geeft meer informatie over het ondersteuningscentrum jeugdzorg. Het ondersteuningscentrum jeugdzorg heeft drie taken:

  1. Het onderzoekt of de overheid moet tussenkomen in een situatie.
  2. Het bekijkt samen met de jongere, het gezin en het netwerk welke hulp nodig is of volgt bestaande hulp mee op.
  3. Het verwijst door naar de jeugdrechter als dat nodig is.